Vers van de maand november

UIT DONKER, DIEPGAAND WATER

Uit donker, diepgaand water,
uit meren, koel en dood,
stijgt damp, die even later
verneveld, grijs als lood,
het waterland van weiden
en smalle sloten wist:
een wand aan alle zijden,
een blinde muur van mist.

Wij, innerlijk verdwaalden,
onzeker, zonder zicht,
wel wetend dat wij faalden,
wij tasten naar het licht.
Geen wolk die ons kan leiden –
heeft God zich afgewend
en maakt dit herfstgetijde
een eind aan zijn advent?

Gij Zon die onze sluier
van nacht en nevel bleekt
en langzaam onze huiver
en wilde weerstand breekt,
breng stralend door de wolken
de hemel aan het licht
en openbaar de volken
Gods rijk, zijn aangezicht!

Dan zullen wij U loven
langs wegen lang en smal,
de winter door, die over
de nevel sneeuwen zal,
totdat de lichte lente
de laatste bomen raakt
en niemand meer kan wenden
een zomer, zo volmaakt!

tekst en melodie: André F. Troost
melodie eventueel: gezang 130 LvdK

in: Voorzichtig licht, Zoetermeer 2008, lied 22