Uit hoge hemel daalde neer

Uit hoge hemel daalde neer:
het licht dat overwint –
de duif keert weer, een twijgje teer,
God, die opnieuw begint:
de nacht, hoe aardedonker,
verrast door morgenrood,
en, wonder boven wonder,
de herfst, de winter dood.

Uit hoge hemel daalde neer:
het licht dat overwint –
maar nu, waar bent U nu, mijn Heer?
Weer waait een kille wind,
weer is de wereld donker,
de dood weer opgestaan –
angstwekkend: bliksem, donder,
waar komt mijn hulp vandaan?

Uit hoge hemel daalt eens neer:
het licht dat altijd wint –
het komt, al weet geen mens wanneer,
het slaapt nog als een kind;
maar al wat ligt verborgen
treedt stralend als een lach
vandaag of anders morgen
voor eeuwig aan de dag.

Uit hoge hemel daalt het neer:
het licht dat overwint –
Gods lente komt, de zon keert weer,
wie vreugde zoekt, die vindt
de hemel hier beneden,
verdronken aarde droog,
een zomer vol van vrede,
de hoogste regenboog.

tekst: André F. Troost
melodie: Gerrit ’t Hart