U bent mijn God

U bent mijn God,
mijn opstanding, mijn leven –
in stralend paaslicht staat uw naam geschreven
zolang ik leef: mijn Heer, mijn God!

U bent mijn Heer,
een oor voor al mijn vragen –
hoe bang, met U wil ik de toekomst wagen,
voor U leg ik mijn wapens neer.

U bent mijn gids,
U leidt uw kudde verder,
al dondert onweer, U bent onze herder,
mij deert geen vuur, geen bliksemflits.

U bent mijn zon,
het Woord van den beginne,
het licht dat elke nacht zal overwinnen,
beeld van de Ene: Zoon van God.

U bent mijn weg,
het smalle pad naar morgen,
de deur waarachter ik heelhuids geborgen
mij zorgeloos te slapen leg.

U bent mijn rots,
op U kan ik vertrouwen,
op U alleen een sterke vesting bouwen,
mijn goede grond, mijn goede God!

U bent mijn brood,
het manna van hierboven,
beproefd door vuur, door vlammen in een oven –
uw brood behoedt ons voor de dood.

U bent mijn drank,
U bent mijn levend water,
mijn wijn, mijn wijnstok, landman is de Vader –
die snoeit. U voedt mij als uw rank.

U bent mijn lot,
mijn toekomst, mijn verleden,
mijn levensloop, mijn zijn, mijn hier en heden,
mijn een en al, mijn Heer, mijn God!

André F. Troost