Stralend is Hij verrezen

Stralend is Hij verrezen:
lachend als morgenrood.
Al zou ik niet genezen,
voorvoelde ik de dood,
woedden de stormen hevig,
bekroop de angst mij sterk –
zijn jawoord is voor eeuwig,
mijn doop zijn watermerk.

Nu is de Zon verrezen,
de lange nacht voorbij,
geen duivel meer te vrezen:
een engel staat mij bij.
En wordt het toch weer donker,
diep donker zwart misschien –
dan nog wacht mij een wonder:
ik zal het licht weer zien!

Sta op! Hij is verrezen,
mijn dood op slag gedood.
Eens zal geen nacht meer wezen,
de morgen vrolijk rood:
geen kruis meer te bespeuren,
geen huis waar ziekte woont;
in geuren en in kleuren
een voorjaar nooit vertoond.

Prijs God, Hij is verrezen:
de Heiland die mij heelt.
Zijn adem zal mij strelen
met licht dat liefde deelt.
Hij zal de aarde dragen
op handen hemelhoog –
met Hem die wij nooit zagen
staan wij dan oog in oog!

tekst: André F. Troost | melodie: gezang 543 NLB

U bent mijn God