U die met sneeuw de aarde kleedt

U die met sneeuw de aarde kleedt,
wit ogen alle bomen,
maar o die angst, mijn hartenkreet
in nachtenlange dromen:
zal als de winter overwint
mijn klein geloof bevriezen
en alle hoop verliezen?

U die de strijd kent die ik streed,
U wast en zalft mijn wonden,
geen dwaalweg waar U niet van weet,
de boeien die mij bonden –
wat zwart was en de dood nabij
wordt wit, mijn ziel genezen.
De hemel zij geprezen!

U die mij als een bruid bekleedt,
nog witter, na het snoeien
in bloesemtooi – geleden leed,
oud zeer doet voller bloeien.
De winter: schoot die voorjaar baart,
geen graf, geen dood te vrezen –
uw paaslicht is verrezen!

tekst: André F. Troost

melodie: Waldemar Åhlén (Sommarpsalm)