De parkeerschijf

De dood is niet leuk.
Maar soms zou je bijna gaan denken dat het anders is…

Neem nu die Open Dag van de uitvaartverenging waar ik lid van ben.
Interessant. Leerzaam.
Maar ook nog eens heel gezellig, met koffie, hapjes en drankjes.
Het was natuurlijk allemaal bedoeld om de relatie met de leden te versterken, en tevens om nieuwe leden te werven. Ik moet zegen: men had het netjes voor elkaar!
Kisten te kust en te keur, een stand van een steenhouwer, gelegenheid om de intieme, huiselijke familiekamer te bezichtigen, waar je een eigen sleutel van krijgt, zodat je desgewenst dag en nacht bij je overleden dierbare kunt vertoeven voordat de dag van de begrafenis aanbreekt…
Enfin, voor elk wat wils. Zelfs aan de kinderen was er gedacht: kleurplaten, luchtballonnen, frisdrank.

Maar het mooiste kwam bij de uitgang.
Bij de uitgang stond een bestuurslid die aan alle bezoekers een boekje aanreikte met de beschrijving van een wandelroute over de begraafplaats, inclusief informatie over heesters en struiken plus markante bomen die het oudste deel van de dodenakker sieren.
Echter, het was niet zozeer dat boekje dat mij aansprak, als wel wat als klap op de vuurpijl ook werd aangereikt: een hemels blauwe parkeerschijf!

Een parkeerschijf?
Beduusd stond ik even later buiten, in mijn broekzak tastend naar mijn fietssleuteltje.
Een parkeerschijf? Voor de ruime parkeerplaats waar niemand zo’n schijf nodig heeft? Nu ja, elders in dorp en stad tref je blauwe lijnen aan, daar heb je wat aan zo’n schijf. En de informatie aan de achterzijde, met telefoonnummer van de uitvaartvereniging – ook altijd handig in het geval van een auto-ongeluk met tragische afloop.
Maar toch… Een parkeerschijf?

Opeens wist ik het.
Ik vermoed niet dat het bestuur om die reden dat presentje koos, maar niemand verbiedt mij er eigen gedachten aan vast te knopen.
Die parkeerschijf is heel geschikt om mij eraan te herinneren dat begraven zoiets is als parkeren!
Sterven: je lichaam verlaten, zoals een chauffeur z’n automobiel.
Soms is de auto die ‘lichaam’ heet nog perfect intact. Dan wil je er helemaal nog niet uit.
Soms is je auto rijp voor de sloop, afgetakeld en door allerlei kwalen langzaam maar zeker een gevaar op de weg. Dan verlang je naar iets anders…
Hoe dan ook, je moet er een keer uit. Uitstappen, is dan de boodschap. Dan heb je, om in de termen van het navigatiesysteem te blijven, je bestemming bereikt.

De begraafplaats: een parkeerplaats.
Voor altijd? Ik dacht het niet. Als ik het evangelie van Pasen goed begrijp, mag je algauw overstappen. Een nieuw bestaan! Alles erop en eraan. Niets zal eraan ontbreken. Nooit zal er nog iets kapot aan gaan…

Nee, ik kan het tijdstip van aankomst niet zelf instellen, zoals op mijn blauwe parkeerschijf.
Maar de grote letter P op de voorzijde spreekt boekdelen. Er is een Plekje gereserveerd.
Er staat je iets nieuws te wachten.
Prachtig, denk ik dan. Prima, ondanks alles. Ooit mag ik mijn lijf bij God parkeren.
Hem zij eeuwig dank!

 

André F. Troost