De corona van Pasen

Zalig is de man, die in verzoeking volhardt, want, wanneer hij de proef heeft doorstaan, zal hij de kroon des levens ontvangen, die Hij beloofd heeft aan wie Hem liefhebben.

Jakobus 1:12

Corona. Kroon, betekent dat woord. Dat zou je niet denken als je aan de huidige coronacrisis denkt. Een kroon? Een doornenkroon!

Links en rechts vliegen beschouwingen over deze afschuwelijke epidemie je om de oren. Blijkbaar zijn er mensen, theologen voorop, die precies weten waar het allemaal vandaan komt. Er zal wel gezondigd zijn. Corona is een straf van God. Een doornenkroon die diep in het zondige vlees wordt gedrukt!

Het lijkt me geweldig om dit alles zo precies te weten. De vrome vrienden van Job hadden vast en zeker ook dat gevoel. Die zogenaamd rechtvaardige Job was hoogstwaarschijnlijk toch stiekem wel een grote zondaar…

Moslims, maar ook joden en christenen met een fundamentele inslag, neigen gemakkelijk naar een schijnbaar eerbiedige berusting in wat geacht wordt Gods wil te zijn. Meestal gaat dat dan om wat zich toevallig voordoet: een overstroming, een ongeluk, een handicap en ga zo maar door. Boeddhisten en hindoes zijn daar, door de bank genomen, ook erg goed in. Je neemt het leven zoals het komt, je laat je meedrijven met de stroom. Een houding die ook tegenwoordig erg in is. Zen! ‘Zen inspireert ons het leven te aanvaarden én te waarderen zoals het is.’ Geen verzet, geen opstand. Overgave. En of die Allerhoogste nu Jahwe heet of Allah, God of het Lot, dat maakt nu even niets uit. Die Allerhoogste is in elk geval Iemand tegen wie jij, kleine mens, toch niet op kunt. Dus is het zaak je nederig te onderwerpen aan die Ander en eerbiedig te accepteren dat Hij en niet jij de dienst uitmaakt.

Maar nu Jezus. Mijn God! Herken ik Hem in deze schets? Totaal niet! De Opgestane is er typisch een van de Opstand! Heel zijn optreden, zijn lijden en zijn verrijzenis, is een illustratie van de Grote Opstand die Hem voor ogen stond. Daarom kon Hij dan ook niet berusten in de houding van corrupte lieden die het in de tempel voor het zeggen hadden. Hij nam zelf de touwtjes in handen, letterlijk en figuurlijk. Hij bonjourde hen eruit! Hij berustte niet in de verlamming van de lammen, in de doofheid van de doven, in de blindheid van de blinden – zelfs niet in de dood van de doden! Alles moet anders, zo riep Hij van de daken. En dat moet met jullie beginnen. Jullie moeten anders gaan denken, anders gaan handelen. Bekeert u! Nu!

Ik snap de Engelse auteur C.S. Lewis best. Hij noemde het lijden Gods megafoon. God roept ons door allerlei vormen van lijden op tot omkeer. Je kunt die lijn zeker in de Bijbel zien lopen. Vaak wordt onheil gezien als een poging van Gods kant om ons tot bekering te leiden. Terecht? Die gedachte stoelt meestal op de neiging om berustend in alles, in werkelijk alles Gods hand en Gods wil te zien. Maar als ik aandachtig naar Jezus kijk, ga ik dat sterk betwijfelen. Beter dan wij allen luisterde Hij naar de wil van zijn hemelse Vader: scheppen, herscheppen, herstellen, genezen. Hij berustte juist niet in het feit dat een storm het meer opzweepte. Hij berustte juist niet in het feit dat boze geesten mensen kwelden. Hij joeg al dat gespuis op de loop. Hij droeg aller schuld de wereld uit. Hij joeg zelfs de dood uit het graf!

In gedachten zie ik de Man van Smarten. Nooit bezweek Hij voor de verleiding om te berusten in het lijden. Nooit berustte Jezus in het feit dat er honger was. Hij zorgde voor brood en vis. Nooit accepteerde Jezus dat lepra de menselijk huid opvrat. Hij genas de melaatsen. Nooit accepteerde Hij dat de duivel zondaren een schuldgevoel aanpraatte. Hij stak er een stokje voor: het kruishout!

Corona. Ik heb geen antwoord op de vraag naar het waarom. Wij krijgen geen antwoord. Wij hebben alleen een handwoord: de hand op de mond. Dus toch berusting? Ja en nee. Wij vinden rust in het geloof dat er een corona is weggelegd: een kroon des levens. Voor wie? Voor wie in verzoeking volhardt. Voor allen die God liefhebben. En in die rij van gekroonden, gaat de Koning van Pasen voorop!

Ds. André F. Troost