Column van de maand juni

De levenstrap

Opgaan, blinken en verzinken.
U kent hem wel, die opgewekte uitdrukking voor de gang van het menselijk bestaan…

Intussen zit er wel een kern van waarheid in.
Het leven van ons mensen lijkt een beetje op de symmetrische trap die je kunt zien bij menig stadhuis.

Eerst ben je jong en je wilt wat.
Je doet je best, je gaat omhoog, je beklimt de ladder van een carrière.
Steeds hoger kom je, je maakt promotie, je gaat meer verdienen, je krijgt een zekere status.
‘De mooiste tijd van m’n leven!’, verzucht menigeen.

Dan komt de tweede fase.
Eindelijk heb je bereikt wat je wilde bereiken.
Je hebt ervoor geknokt – en jawel, tenslotte is het voor elkaar gekomen: je zit in de directie, je hebt de top bereikt, je bent kampioen. Wuivend naar de mensenmenigte aan je voeten voel je je een tevreden mens.

Maar dan begint een nieuw gevecht.
Een ander wil ook wel een plaats op het bordes.
En laat dat nu iemand zijn die net iets meer in z’n mars heeft! Betere papieren, ingeleid in de geheimenissen van de allerlaatste technische snufjes…
Daar kun jij niet aan tippen!
Je houdt het lang vol.
Tot op een dag…

Het is de leeftijd, zeggen ze dan.
Je voelt het in je botten: je moet een stapje terug doen.
Maar dat stapje terug is eigenlijk een mooi woord voor ‘een stapje naar beneden’.
Je moet aan de andere kant van het bordes de trap weer af!
Een afgang!

Opgaan. Blinken. En verzinken.
Als je jong bent, vragen ze, naar jou wijzend: ‘Wie is dat?’
Als je het hebt gemaakt, zeggen ze, jou bedoelend: ‘Daar is ie!’
Maar als je oud geworden bent, zeggen ze, aan jou denkend: ‘O ja, leeft ie nog?’
Was het niet generaal Norman Schwarzkopf die na de Golfoorlog zei: ‘Toen ik generaal was behoefde ik maar met m’n vingers te knippen om tienduizend man in beweging te brengen, maar nu, buiten dienst, komt de loodgieter nog niet eens als ik hem bel…’

Treurig?
Het is maar hoe je het bekijkt.
Allemaal spelen we in het leven eventjes, tijdelijk, een rol.
De Echoput weet het. Leven? Even!
Maar met de hand op Gods beloften verzin ik graag een ander rijmpje in plaats van dat sombere ‘opgaan, blinken en verzinken’. Zeker, het is allemaal stréven (want dat doe je als je jong bent) en kléven (ja, die neiging hebben we: onze positie zo lang mogelijk te behouden). Maar wie dat allemaal achter de rug heeft, mag dankzij Gods grote goedheid eindelijk gaan léven!
Streven, kleven, leven!

En zeg nu zelf: als Leven het laatste is, waarom zou je dan nu steviger streven en krampachtiger kleven dan nodig is?
Het mooiste moet nog komen…

André F. Troost