Column van de maand augustus

Meelijden of meeleven

‘Kijk, dit is het. Zelf zou ik het niet zo goed onder woorden kunnen brengen. Maar als u nu echt wilt weten wat het is, om je geliefde te verliezen, dan zou u dit eens moeten lezen.’

Ik was op bezoek gegaan, om te vragen hoe het ging.
Niet zo heel lang was hij ziek geweest.
Eerst leek het mee te vallen. De dokter had hun hoop gegeven.
Maar al snel bleek dat het tegenviel.

Het verlies was groot.
Eerst kwamen er nog wel mensen op bezoek. Maar later werd dat minder en minder.
‘Wilt u het echt weten? Dan zou u eens moeten lezen wat deze mevrouw in de Libelle schreef, jaren geleden al. Ik ken haar niet. Ene Willy, 54 jaar. Maar ik had het zelf kunnen wezen.
Leest het maar, dan ga ik intussen nog een kopje koffie halen.’
Ik lees en luister al lezend naar het tikken van de Friese klok.

‘Als het eerste jaar maar eenmaal voorbij is!’, zegt iedereen. En zelf dacht ik dat ook. Het eerste jaar nadat je je liefste verliest, leef je in een soort roes. Zijn verjaardag gaat voorbij, en de jouwe. De periode waarin je altijd met vakantie ging. En die vreselijkste van alle vreselijke maanden: december. Maar in het tweede jaar begon ik me pas echt te realiseren dat nooit meer de deur open zal gaan en hij nooit meer ‘Hallo, ik ben er!’, zal roepen. Dat de eenzaamheid blijvend is. Maar voor de mensen om me heen ligt het anders. Die hebben mij door het eerste jaar geholpen, zo veel als ze konden, en die denken werkelijk dat het een stuk beter met me gaat. Ik heb nog steeds veel aanloop, maar over hem wordt steeds minder gepraat. Zijn ze hem aan het vergeten, of denken ze dat het beter voor mij is om het niet weer op te rakelen? […] Ik besef nu dat je het alleen maar begrijpt als je het zelf hebt meegemaakt. De tijd gaat ontzettend snel, voor mijn gevoel heb ik gisteren afscheid van hem genomen, en toch is het nu het derde jaar na zijn dood. Maar terwijl het leven om me heen snel gaat, lijkt het rouwproces eindeloos traag te verlopen. Nog steeds geen dag zonder verdriet, geen dag zonder verlangen. Nee, ik ben niet zielig en ik heb geen medelijden nodig. Maar medeleven wel, want zonder medeleven red ik het niet.’

‘Ik ben het even kwijt. Had u er suiker in? O nee, welk een beetje melk… Ik word een dagje ouder, dat merk je aan dat soort dingen. Maar vergeten wat er toen gebeurde, dat nooit!
Het is net zoals die Willy in dat artikel zegt: je zit niet op meelijden te wachten, maar wel op meeleven. Dat de mensen nog eens iets over hem zeggen, dat soort dingen. En dat ze naar je vragen, hoe het gaat en zo. Dat doet je toch goed, want er zijn steeds minder mensen die dat vragen, weet u. Ze denken na zoveel jaar dat het allemaal wel weer gaat. Dat begrijp ik ook wel, want als ze het vragen zeg je “O, goed hoor”, maar in werkelijkheid gaat het maar net. Het is alsof je op het randje loopt en je elk moment in een ravijn van eenzaamheid kunt storten. Kijk, een avondje alleen – dat vond ik vroeger absoluut geen probleem. Maar nu: elke avond, avond na avond – dat is anders, dat is heel anders.’

Ik moet weer verder. Ik voel iets dat op medelijden lijkt.
‘Nou, bedankt voor uw bezoek! Ik zal vanavond een dankwoordje zeggen voor het meeleven.’
‘Een dankwoordje?’
Ze steekt een vinger naar de hemel. ‘Ja, een dankwoordje aan Hem! Ik heb veel verloren, maar Hem gelukkig niet…’

André F. Troost