Column van de maand April

OUDER WORDEN

Mij bereikte het verzoek iets te schrijven over het thema ‘ouder worden’.

Gelet op mijn leeftijd meen ik dat ik zo langzamerhand inderdaad bij uitstek in aanmerking kom om als ervaringsdeskundige hierover een flink woordje mee te spreken. In mijn ambtelijke loopbaan heb ik bovendien zo onnoemelijk veel gesprekken met ouderen gehad, dat ik een schat aan wijsheid heb opgedaan.

Nu wil ik niet bij hoog en laag beweren dat ik goedbeschouwd de eerst aangewezene ben om over het thema ‘ouder worden’ iets te zeggen – dat zou een tikje onbescheiden zijn – maar in feite is dat toch wel degelijk het geval.

Ik kan u bovendien ook fijntjes uit de doeken doen dat de ouderdom met gebreken komt, gelet op het feit dat mijn huisarts mij onlangs meedeelde dat ik lijd aan artrose in mijn linkervoet. De rechter is nog helemaal in orde – dank u! –, maar de linkervoet laat het bij tijd en wijle afweten. Ik zou daar natuurlijk niets over meedelen, ware het niet dat zoiets werkelijk een blok aan je been is en bepaald geen lolletje – een last die nog eens wordt verzwaard door de gedachte dat je er nooit meer van af komt, zodat je er maar mee moet leren leven.

Nu zal het u waarschijnlijk maar matig interesseren dat ondergetekende zo af en toe door ouderdomskwalen wordt geplaagd, maar ik meld het toch maar even, om u duidelijk te maken dat ik echt wel weet waar ik over spreek als ik het heb over de gebreken van de oude dag.

Daar komt nog bij dat het gehoor ook gaandeweg minder wordt, zodat ik vooral bij geroezemoes nauwelijks nog kan horen wat er wordt gezegd. Mijn kinderen zeggen dat ik een gehoorapparaat moet aanschaffen, maar daar heb ik echt nog geen zin in omdat mijn gehoor wel slecht is maar zo slecht toch nog niet. Ze vinden me enorm eigenwijs, maar dat zeggen ze wel vaker en dat komt alleen maar omdat ze zelf zo gruwelijk eigenwijs zijn. Van mij hebben ze dat niet en van wie ze het wel hebben, zeg ik liever niet, want ze kan goed koken. Ik zou haar niet willen missen, ook al kijkt ze me af en toe zo zuur aan alsof ik een augurk ben. Waar heb ik het aan verdiend?

Al met al heb ik nu al bijna zoveel woorden geschreven dat ik helaas geen kans meer zie om te noteren wat ik eigenlijk wilde zeggen over het thema ‘ouder worden’. Eerlijk gezegd maakt me niet veel uit, want zojuist kwam mij een eeuwenoud gebed onder ogen. Ik zal voor u noteren. Dan weet u ook waarom ik me na lezing van dat gebed toch even afvroeg of ik wel de meest geschikte persoon ben om u iets te schrijven over het thema ‘ouder worden.’

Met vriendelijke groet, uw

 

André F. Troost

 

PS Ik moet u nog even mijn complimenten maken! U hebt het bovenstaande met een korreltje zout genomen. Heel knap van u! U hebt beslist gevoel voor humor en vooral op je oude dag is humor wel een van de mooiste diamanten uit de schatkist van onze Schepper…

 

 

GEBED

 

Heer, U weet beter dan ik
dat ik ouder word en op een dag oud zal zijn.
Behoed me voor de dodelijke gewoonte
te denken dat ik over elk ding
en bij elke gelegenheid iets meen te moeten zeggen.

Maak mij nadenkend maar niet humeurig;
behulpzaam maar niet bazig.
Houd mijn geest vrij
zodat ik me niet eindeloos verlies
in kleinigheden.

Verzegel mijn lippen
als het gaat over mijn pijn en mijn leed.
Die nemen toe en van jaar tot jaar
zal ik er meer over willen praten.
Ik waag het niet U te vragen
mij zoveel genade te geven
dat ik er blij mee kan zijn
om het verhaal van andermans pijn te horen.
Maar help me het te verdragen met geduld.
Ik waag niet U te vragen
dat mijn geheugen beter wordt;
maar wel dat mijn nederigheid groeit
en mijn eigenwijsheid afneemt
als mijn herinneringen niet stroken
met de herinneringen van anderen.

–  Zorg er voor dat ik vriendelijk blijf.
Ik wil geen heilige zijn
– sommige heiligen zijn zo moeilijk
om mee samen te wonen –
maar een verzuurd mens
is een parel aan de kroon van de duivel.

Geef me het vermogen goede dingen te zien
op plaatsen waar ik ze niet verwacht
en talenten bij mensen bij wie ik die niet had voorzien.
En geef mij de genade,
o Heer,
hen dat dan ook te zeggen.

Gebed van een onbekende auteur uit de 17e eeuw